zomernota 2016
PCPortal

Vernieuwing BBV

Er zijn twee aanpassingen van de BBV-regels die invloed hebben op de saldireserve. Hieronder worden
deze twee toegelicht. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in het deel "Vernieuwing BBV: consequenties voor de Stadsbegroting 2017".

Wijziging BBV-regels maatschappelijk nut investeringen

In het vorige BBV werd onderscheid gemaakt tussen maatschappelijk en economisch nut investeringen. De maatschappelijke nut investeringen waren gedefinieerd als investeringen die geen bedrijfseconomische betekenis hebben maar een maatschappelijke, bijvoorbeeld wegen en bruggen.
In de nieuwe regels zijn de begrippen economisch en maatschappelijk nut investeringen verdwenen en is ervoor gekozen om alle investeringen op de balans op te nemen (te activeren) en hierop gedurende de levensduur af te schrijven. Achtergrond voor deze wijziging is het vergroten van de vergelijkbaarheid tussen gemeenten.
In Nijmegen hebben we er in 2010 voor gekozen om het levensduur verlengend onderhoud in de openbare ruimte niet meer als investering te behandelen maar hiervoor budgetten op te nemen in de programmabegroting.
De nieuwe BBV-regels maken dat wij dit nu (deels) moeten terug draaien.
In de meerjarenbegroting hebben we tussen de € 5 miljoen en € 8 miljoen aan onderhoudsbudgetten voor deze investeringen opgenomen. Voor circa € 5 miljoen verwachten we zeker dat het als investering wordt gezien. Voor een bedrag oplopend naar € 3 miljoen is discutabel of dit als onderhoud of investering gezien wordt. We zullen dit  in de komende maanden verder uitwerken en komen bij de begroting hierop terug. Nu gaan we ervan uit dat we zeker € 5 miljoen aan onderhoudsbudgetten weghalen en dit omzetten naar een investeringskrediet. Dit betekent dat we in de programmabegroting vanaf 2017 de onderhoudsbudgetten weghalen en dat deze geleidelijk worden vervangen door kapitaallasten vanuit de investeringen.
Omdat de kapitaallasten geleidelijk toenemen, ontstaat er in de eerste jaren een financieel voordeel in de begroting. Uiteindelijk zullen de kapitaallasten toenemen tot zelfs meer dan het huidige niveau van budgetten. Dit vanwege het toerekenen van rentelasten aan de investeringen.
 Het voordelig verschil in de komende jaren dat ontstaat tussen het weghalen van het programmabudget en de kapitaallasten willen we toevoegen aan de saldireserve.

Toegerekende rente aan reserves

In de rentenotitie van de commissie BBV geeft de commissie BBV aan dat het toerekenen van rente aan reserves optioneel is. Wanneer er wordt gekozen om dit wel te doen dan mag het percentage niet hoger zijn dan het gemiddelde percentage dat betaald wordt voor externe leningen, met een afwijking van maximaal 0,5%.
De toegerekende rente wordt in de gemeente Nijmegen aan de saldireserve toegevoegd. Dit maakt dat de saldireserve vrij beschikbaar is en er een continue groei in de begroting is geregeld. In de nieuwe kadernota weerstandsvermogen is aangegeven dat we dit belangrijk vinden. We blijven daarom rente toerekenen aan de reserves.

De hoogte van het rentepercentage moeten we wel aanpassen. In het deel "Grondslagen en uitgangspunten" stellen we voor om 2,5% te hanteren en beargumenteren we waarom.. Met dit percentage wordt de toerekening van rente lager en daarmee dus ook de storting in de saldireserve lager. Het gaat om een bedrag van € 1,4 miljoen in 2017 oplopend naar € 2,1 miljoen  in 2020. Deze lagere storting in de saldireserve hebben we meegenomen als een voordelig (treasury)resultaat in de begroting.