zomernota 2016
PCPortal

Ontwikkeling algemene middelen

Met de algemene middelen bedoelen wij de middelen die niet specifiek geoormerkt zijn voor een besteding en waarover Uw Raad beslist hoe deze worden ingezet. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze  middelen opgenomen. Daarna worden de verschillende onderdelen toegelicht.

bedragen * € 1.000,-

2016

2017

2018

2019

2020

Rente en financiering

1.400

3.560

4.203

4.623

4.109

Heffingen

-600

40

80

120

1.280

Indexeringen

-300

-1.600

-1.600

-1.600

-1.600

Gemeentefonds

1.009

3.274

5.699

6.863

6.631

Areaalontwikkeling

0

-50

-200

-150

-1.050

Vrijval stelposten

182

392

162

162

162

Totaal

1.691

5.616

8.344

10.018

9.532

Rente en Financiering

Rente en financiering; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A1. Herfinanciering leningen 2016/resultaat 2016

Bestuur en Middelen

1.400

900

900

900

900

A2. Aanpassing korte rente

Bestuur en Middelen

1.200

1.600

1.800

1.200

A3. Aanpassing lange rente

Bestuur en Middelen

600

600

600

600

A4. Aanpassing rente eigen vermogen

Bestuur en Middelen

1.360

1.603

1.823

2.068

A5. Bijstelling rioolheffing a.g.v. lagere rentekosten

Openbare ruimte

-500

-500

-500

-500

A6. Afloop uitgeleend geld

Bestuur en Middelen

-159

Totaal

1.400

3.560

4.203

4.623

4.109

Door de aanhoudende lage rente blijven we rentevoordelen ten opzichte van de ramingen realiseren.
Naast de voordelen in het lopend begrotingsjaar levert het in 2016 vervangen van aflopende leningen door nieuwe leningen een meerjarig voordeel op van € 0,9 miljoen. Met een gemiddelde rente van 0,7% zijn deze nieuwe leningen goedkoper dan de geraamde 2,5%.

Bij de vernieuwing van de verslaggevingsregels (BBV) staan transparantie en vergelijkbaarheid voorop. In een notitie over rente die afgelopen maart is gepubliceerd stelt de commissie BBV, hoeder van het eenduidig uitvoeren en toepassen van het Besluit begroting en Verantwoording (BBV), dat interne rentepercentages niet hoger mogen zijn dan de rente die wordt betaald over externe leningen. De afgelopen jaren hebben we voor deze interne rentes  4% gehanteerd. In het deel "Grondslagen en uitgangspunten" stellen we voor om hiervoor 2,5% te gebruiken.

Deze stellige uitspraak heeft een aantal financiële gevolgen voor deze begroting.
De eerste betreft de rentevisie die wij hanteren voor de in de begrotingsperiode aan te trekken geldleningen. Gingen wij voorheen uit van een oploop van de rente naar 4%,  nu is er gezocht naar  een andere onderbouwing van de rentevisie. In het onderdeel grondslagen en uitgangspunten leggen we uit dat we uitgaan van de rente die wordt gevraagd voor uitgestelde leningen. Dit zijn leningen die nu worden afgesloten maar pas later ingaan. De rente die banken hiervoor vragen is gebaseerd op hun rentevisie, aangevuld met een behoedzaamheidstoeslag. Deze rentevisie leidt tot beduidende lagere rentelasten en daarmee een voordeel in de begroting. Voor de kortlopende en langlopende leningen samen is dit zo rond de € 2 miljoen per jaar.
De nieuwe regels gelden expliciet  voor de rente die wij vergoeden op eigen financieringsmiddelen (reserves). Door de daling van 4% naar 2,5% worden de rentelasten lager en kunnen wij een voordeel in de begroting inboeken van € 1,4 miljoen in 2017 oplopend naar € 2,1 miljoen in 2020.
Het laatste effect in de programmabegroting van de nieuwe renteregels betreft de bijstelling van de rioolheffing. Vanwege de daling van de rente worden de lasten voor rioolheffing lager en zullen we het tarief naar beneden bijstellen.
In het deel "Vernieuwing BBV" worden de vernieuwingen van het BBV verder uitgediept.

Als laatste stellen we, net als voorgaande jaren, het financieringsresultaat naar beneden bij vanwege een uitstaande geldlening. Hierop ontvangen wij een relatief hoge rente. Door aflossing op deze lening wordt het voordeel jaarlijks kleiner.

Heffingen

Heffingen; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A7. Werktuigenvrijstelling

Bestuur en Middelen

-600

-600

-600

-600

-600

A8. Maatregel werktuigenvrijstelling

Bestuur en Middelen

0

600

600

600

600

A9. OZB inkomsten a.g.v. woningbouw

Bestuur en Middelen

40

80

120

480

A10. OZB inkomsten a.g.v. niet-woningen

Bestuur en Middelen

800

Totaal

-600

40

80

120

1.280

Eind vorig jaar is Uw Raad per brief geïnformeerd over de uitkomsten op een aantal dossiers met betrekking tot de werktuigenvrijstelling. In 2016 leidt dit nog tot een nadeel van € 6 ton. Vanaf 2017 zal, zoals in eerder genoemde brief is aangegeven, het tarief aangepast worden zodat vanaf 2017 de beoogde OZB-opbrengst niet-woningen gehaald gaat worden.
Op grond van de huidige inzichten is de verwachte woningbouwproductie de komende jaren naar boven bijgesteld. Dit levert een hogere OZB-opbrengst woningen op. Voor de OZB niet-woningen gaan we uit van een jaarlijks toename van het belastingareaal. Voor de jaren tot en met 2019 hebben we dit al in de begroting verwerkt, in 2020 nemen we een extra opbrengst op van € 0,8 miljoen.

Indexeringen

Indexeringen; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A11. Loonontwikkeling 2016

Bestuur en Middelen

-300

-300

-300

-300

-300

A12. Tekort prijspeilontwikkeling 2017

Bestuur en Middelen

-1300

-1300

-1300

-1300

Totaal

-300

-1.600

-1.600

-1.600

-1.600

Vanuit de cao-afspraken van begin dit jaar en de onverwachte opwaartse bijstelling van de pensioenpremie per 1 april komen we op de loonontwikkelingen in 2016 € 3 ton tekort. Op de totale loonsom van de gemeente is dit 0,3%.
Volgens het cpb gaan in 2017 de salarissen met 2,2%  en de materiële lasten met 1,3% stijgen. In het gemeentefonds gaat het cpb op dit moment uit van een prijscompensatie van 0,9%. Hoewel dit percentage hoger is dan waarmee de afgelopen jaren voor 2017 is gerekend (0,5%) stijgen de lasten meer. Per saldo betekent dit dat we € 1,3 miljoen tekort komen op de indexering.

Gemeentefonds

Gemeentefonds; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A13. Septembercirculaire 2015

Bestuur en Middelen

2.418

4.255

4.672

4.672

A14. Aanpassing aantallen

Bestuur en Middelen

1.009

856

1.444

2.191

1.959

A15. Omgevingsadressendichtheid

Bestuur en Middelen

pm

pm

pm

pm

pm

Totaal

1.009

3.274

5.699

6.863

6.631

Uit de septembercirculaire van vorig jaar bleek een fors hogere opbrengst dan de meicirculaire van vorig jaar. In de Stadsbegroting 2016 hebben we al wel de opbrengst voor het jaar 2016 meegenomen. Voor de jaren 2017 en verder hebben we deze voordelen gereserveerd voor de integrale afweging bij deze Zomernota. Het gaat om forse bedragen oplopend van € 2,4 miljoen in 2017 naar € 4,7 miljoen in 2020.
Afgelopen voorjaar hebben we de gemeentefondsuitkering vanuit de septembercirculaire vorig jaar  herijkt met de nieuwe aantallen voor de verschillende maatstaven (waaronder woningen, inwoners en bijstandsaantallen). Op grond van deze herijking verwachten we een hogere gemeentefondsuitkering van € 1 miljoen in 2016 oplopend naar € 2 miljoen in 2020.
Tijdens het herijken van de aantallen bleek dat er een nieuwe waarde is vastgesteld voor de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km2). Deze nieuwe waarde leidt tot een forse toename van de gemeentefondsuitkering. Maar, omdat we onvoldoende zicht hebben op  wat dit precies doet in de verdeling van de gemeentefondskoek wachten we voor dit onderdeel de meicirculaire af.

Areaalontwikkeling

Areaalontwikkeling; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A16.  toevoeging kapitaallasten vanuit OZB Woningen

Bestuur en Middelen

-10

-40

-30

-130

A17. stelpost onderhoud Openbare ruimte

Bestuur en Middelen

-40

-160

-120

-520

 A18. toevoeging kapitaallst.vanuit OZB Niet-Woningen

Bestuur en Middelen

0

0

0

-400

Totaal

0

-50

-200

-150

-1.050

De toename van woningen en bedrijven leiden tot meer OZB-inkomsten en een hogere gemeentefondsuitkering. Hiermee passen we de gemeentefonds en belasting raming aan.
We hebben afgesproken dat vanuit de toename van de woningen en niet-woningen de onderhoudsbudgetten voor de Openbare Ruimte en de kapitaallasten worden verhoogd.
Per extra woning gaat het om € 400,- aan onderhoudsbudget Openbare Ruimte. Het investeringsvolume verhogen we door het opnemen van extra kapitaallasten in de begroting. Hierbij gaan we uit van de helft van de areaalontwikkeling niet woningen en € 100 per woning.

Vrijval stelposten

Stelposten; bedragen * € 1.000,-

programma

2016

2017

2018

2019

2020

A19. Stelpost EK vrouwenvoetbal

Bestuur en Middelen

20

230

A20. Knelpunten sociaal domein

Bestuur en Middelen

162

162

162

162

162

Totaal

182

392

162

162

162

In 2014 hebben we middelen gereserveerd om Nijmegen speelstad te laten zijn voor het EK vrouwenvoetbal. Het gaat om € 20.000,- in 2016 en € 230.000 in 2017. Omdat wij niet geselecteerd zijn als speelstad kunnen de middelen vrijvallen.
In de perspectiefnota 2012 is een bedrag gereserveerd voor het verzachten van ongewenste effecten als gevolg van bezuinigingen in het sociaal domein. Van deze stelpost resteert nog een bedrag van € 162.000,- We stellen voor dit bedrag vrij te laten vallen.